Waterland, Leidschenveen

ontwerp:
Wytze Patijn Archtitecten
projectarchitect:
Koos Kok
Opdrachtgever:
Wooninvest – Vidomes Woondiensten
plan:
Vinexbuurt met 164 woningen: 125 gezinswoningen, 21 grondontsloten appartementen, 6 woon-werkwoningen, 12 jongereneenheden, 1997 - 2001

De kracht van dit project schuilt in de uitgesproken kleurstelling en de kaplijnen. De dansende kaplijn overspant alle woningtypen en verloopt van trage lijnen in het midden tot een oplopende karteling aan de einden. Dit lijnenspel vormt zich op het breukvlak van gevel en hemel, een scherp en zuiver breukvlak door een gevel van puur metselwerk tot en met de dakrand.

De polderstructuur geeft richting aan een helder stratenpatroon -opgezet door BGSV-, en met de halfopen bouwblokken wordt de openbare ruimte eenduidig gedefinieerd. De paralelle straten worden halverwege verbonden door een bredere laanruimte; de ‘ruggengraat’ van het plan. Hierlangs zijn de bouwblokken gesloten door middel van woon-werkwoningen aan de ene zijde en jongereneenheden aan de andere straatzijde. De werkruimten met een eigen toegang bevinden zich op de begane grond. Daarboven wordt er gewoond   en tussen de woonruimten is de buitenkamer te vinden: een opgetilde patio.

De U-vormige bouwblokken richten zich met de open zijde op de singelruimte aan de oostzijde van het plan. Het wonen is hier in drie lagen gericht op de singel terwijl de woningentrees overhoeks aansluiten op straatniveau. Doordat de singel het plan onder een hoek ontmoet, steken de koppen steeds een woningmaat verder in: een verspingend gelid.  Ook binnen het blok springt de kopgevel in: de etage woningen schuiven per laag terug door de afnemende ontsluitingsruimte naar boven en zo ontstaan er terrassen aan de singel. Aan de westzijde van het plan wordt het open blokeinde in een rechte lijn beëindigd; deze koppen worden gevormd door een gezinswoning met de entee op de hoek.

In de straten zelf zijn de ‘basiswoningen’ te vinden: een bereikbare huurwoning in twee lagen met kap. Door de kapvorm en beukbreedte bleek een dwarstrap mogelijk: een efficiënte plattegrond met veel gebruiksruimte op de begane grond. De ‘vlinderkap’ ontstaat door de gevel in kleur en compositie een symmetrie-as op de lage bouwmuur te geven.

Met deze kapvorm en de intensieve kleuren worden de individuele woningen onderscheiden. Een zorgvuldige gevelindeling ondersteunt de individualiteit, maar laat verschillende woningtypen ook harmonieus aansluiten en geeft rust in het straatbeeld. Met deze minimale middelen is een zeer levendig sociaal woningbouwproject neergezet.