Pad en Tuin, Stadshagen Zwolle

ontwerp:
Wytze Patijn Archtitecten, KuiperCompagnons
team:
projectarchitect Koos Kok
Opdrachtgever:
Woningbouwvereniging Savo, nu Delta Wonen
plan:
32 huurwoningen, 22 koopwoningen, 10 seniorenwoningen, 30 huur-, 30 koopappartementen, 1998 – 2001

Het stedenbouwkundige plan van BGSV voor het uitbreidingsgebied Pad en Tuin geeft een stramien van autovrije woonpaden (oost - west richting) en haaks daarop groene ontsluitingswegen met parkeren. Kern van deze opzet is de tuinenwereld, die door middel van meanderende woonpaden met voortuinen, een ruim aantal doorsteken en wijde achterpaden alomtegenwoordig is. De korte bloklengtes maken de vele doorsteken mogelijk en de sprongen in de rooilijn geven de woonpaden een beschut en vriendelijk karakter. Daarbij zijn de woonpaden verschillend van breedte zodat er een diversiteit aan sferen ontstaat.

De diversiteit is ook te vinden in de differentiatie: in deze verkaveling konden op een vanzelfsprekende wijze ouderenwoningen, goedkope en middeldure huur en koop naast elkaar gehuisvest worden. Aan de zuidzijde zal het plan aansluiten op het toekomstige centrum van Stadshagen, hier was een front van hogere bebouwing gedacht. Met een aantal modellen is onderzocht hoe nu een evenwichtige aansluiting op de laagbouw te realiseren was. Dat was de crux bij dit pan: om het laatste woonpad dezelfde kwaliteiten toe te kennen als in de overige tuinenwereld.

Gekozen is voor een ‘opengewerkte corridor’: een opzet met vier urban villa’s, verbonden door een glazen ruggegraat. De middengang doorsnijdt steeds een blok met per laag vier woningen. Tussen de bokken zijn de galerijen beglaasd, waardoor de blokken zoveel mogelijk vrij komen te staan. Zo is de grote maat van het complex gebroken en door ook hier verschillende woningtypen te combineren, kon een meanderend profiel gerealiseerd worden. Het zuidelijke front met zijn verschoven blokken laat de karakter van de binnenwereld erachter doorschemeren.

De typologie van de middengang liet eenvoudig een hoogteverschil toe tussen het front en de woonpadzijde: 5 bouwlagen vormen een stevig ‘gezicht’, anderzijds geven 3 lagen een goede aansluiting aan de woonpadzijde. Ook met de kapvorm en de breedte van het pad is de aansluiting vanzelfsprekend gemaakt. Waar de woonbuurt geheel gemetseld is, is het front in verschillende stucwerkkleuren opgezet. De kleuren ondersteunen de zelfstandigheid van de blokken aan de ‘voorkant’. Betonnen balkons verstevigen hier het beeld. De buitenruimten van de woningen aan het woonpad zijn weer heel anders van karakter: houten veranda’s over de volle breedte zorgen voor een vriendelijk karakter.

Van belang is ook de ontsluiting van de stapelbouw. Tussen de blokken zijn aan weerszijden toegangen aanwezig. Dat is enerzijds helder voor bewoners en bezoekers: je komt binnen aan de straat waar je woont. Anderzijds heeft het complex nu contact met zowel het woonpad als de straat aan de zuidzijde en maakt zo optimaal deel uit van de wijk.

In de blokken is zoals gezegd sprake van steeds vier woningen per laag. Dat betekent dat alle woningen hoekwoningen zijn, met vanuit de woonkamer een zicht langs de diagonaal. Naast een grotere woonkwaliteit waarborgt deze opzet ook een redelijke oriƫntatie voor alle woningen.