Geluidsbelast wonen, Locatie Westervoeg, Wielwijk, Dordrecht

ontwerp:
bureau MASSA; Koos Kok
team:
Renate Trouwborst
Opdrachtgever:
Woonbron Ontwikkelbedrijf
Ontwikkelaar:
BAM Woningbouw
plan:
34 starters-flexwoningen; 2011 niet geselecteerd

De nieuwe woningbouw langs de Cornelis Evertsenstraat komt achter de geluidsschermen langs de A16 te liggen in twee langere rijen, en tussen scherm en woningbouw komen 'de velden': een nieuw parkachtig gebied met een waterpartij. De wijkontsluiting zal hierdoor heen lopen, daarmee worden de achtergevels van de nieuwbouw aan het water het gezicht van  Wielwijk. Dat is een belangrijk ontwerpgegeven; de woningblokken zouden een alzijdige kwaliteit moeten hebben.

Een tweede gegeven is de achitectuur die een duidelijke collectieve uitstraling zou moeten krijgen en behouden. Dit in contrast met de centrumbebouwing. De beoogde identiteit van Wielwijk is namelijk in de branding omschreven als ‘de andere moderne stedelijke buitenwijk’. De architectonische principes van de naoorlogse architectuur en het groene karakter van de tuinstad dienen hierbij als inspiratiebron.’ De woningbouw zou dus op blokschaal als een geheel moeten functioneren, ook van belang als nieuwe entree van de wijk. Op zich een eenvoudige opgave, maar de ambitie van Woonbron om er ‘groeiwoningen’ van te maken, met allerlij uitbreidingsmogelijkheden in drie dimensies maakt de vraag echt interessant.

Een derde bijzonderheid is de positionering van de woningen op de kavels, die te begrijpen is vanuit geluidscontouren. De woningen zijn ver naar achteren geplaatst waardoor de achtertuin aan de voorzijde komt te liggen. Dit heeft tot gevolg dat de ‘achtertuin’ aan het water vrij ondiep is. Wij zien dit als een kwaliteit omdat de deze waterterrassen het liefst een groene, semiopenbare uitstraling zouden moeten krijgen. Door de geringe diepte van deze buitenruimte is een schutting aan het water niet voor de hand liggend (men blokkeerd het eigen uitzicht), en is de kans dat een open front behouden blijft groter. Gevolg is wel dat de ‘voortuin’ aan de straatzijde grenst. Beter is het te spreken van een watertuin en een straattuin.

Dit zijn de ingrediënten voor het plan, en daarmee is deze opgave is in essentie een stedenbouwkundige opgave. Op die schaal wordt de kwaliteit van ons voorstel zichtbaar. Het bouwbudget voor de basiswoning is beperkt, dus op woningniveau is het belangrijk om een eenvoudige, duurzame, slimme en bruikbare woning te ontwikkelen.

Uitgangspunt voor ons ontwerp is dat de groeimogelijkheden van de woningen het plan zullen verrijken in plaats van dat op- en aanbouwen het collectieve karakter teniet doen. Dus de planvariatie is het belangrijkste ontwerpmiddel, daarmee faciliteren we de gewenste plastische kwaliteit op blokniveau en laten we een krachtig en rijk beeld ontstaan. Het woningontwerp is uiterst simpel, en dat kan niet anders met het beoogde budget. En we wilden ook nog geld overhouden om een gemetselde tuinmuur te voorzien.

Om dit plan goed te kunnen ordenen werken we met twee krachtig contrasterende materialen: het gevraagde donkerbruine metselwerk en een lichte keramische elementen met rustieke ribbels. Hiermee maken we een strikt horizontale ordening, of stapeling van banden: donkere banden met ramen en deuren en doorgaande gesloten lichte banden. De clou is dat deze ordening elke (toekomstige) uitbreiding omvat en een vanzelfsprekend onderdeel van het geheel maakt. De banden lopen helemaal om het plan heen en daarmee creëren we een alzijdige kwaliteit. Wielwijk is grotendeels gebouwd in de jaren vijftig waarin collectiviteit, eenvoud in het ruimtelijke beeld centraal stonden in de architectuur. Wij antwoorden met een ‘basic’ moderne architectuur die allerlij consumentenwensen letterlijk omarmd en goed aansluit op de gevraagde collectieve architectonische kwaliteit. De regie is helder en ontspannen zodat toekomstige uitbreidingen simpel in te passen zijn. Met de lichte banden compenseren we de donkere toon van het metselwerk en sluiten we aan op het veelal optimistische karakter van de jaren vijftig architectuur.

Belangrijk te vermelden is dat het bieden van groeimogelijkheden de doelgroep aanmerkelijk verbreed, en dat later de binding van bewoners in de buurt veel krachtiger zal blijken. Dit sluit ook goed aan op de beoogde doelgroep uit het gele kwadrant: daar gaat het om harmonie,
flexibele instelling, samengenieten, gezelligheid in sociale omgeving, intensief contact met de buurt, veel jonge gezinnen. De kunst is hier om met heel weinig middelen toch een dierbaar project te maken dat voor bewoners ook in de toekomst mogelijkheden biedt om door te investeren en uit te bouwen. Die dierbaarheid en binding met de buurt zullen uiteindelijk bepalend zijn voor de duurzaamheid op de lange termijn.