| |
| |
Berlage 1908 |
| Spoorwijk was opgezet als
een tuindorp, een vriendelijke groene woonomgeving met
tuintjes voor de woningen. Toentertijd (1918) zijn in
het plan van Berlage (1908) de straatprofielen versmald
en in het huidige Spoorwijk zijn nauwelijks groene voortuinen
te vinden. Wel zijn de zorgvuldig ontworpen straatruimten
te herkennen: in veel gevallen worden de straateinden
iets versmald waardoor een meer intieme straatruimte
ontstaat. |
|
Gemeente 1918 |
|
| Stedenbouw: opzet en typologie De noordelijke bouwblokken
rondom de Hasebroekstraat worden bepaald door de nieuwbouw
aan de Alberdingk Thijmstraat. Hier zijn de bestaande koppen
opgelost binnen het bestaande patroon van de dertig meter
blokdiepte. Door aan de bredere hoofdstaat (Hasebroekstraat)
een bijzondere typologie voor te stellen, kon in de overliggende
straten (Oltman- en Multatulistraat) toch een conventioneel
woningtype met tuin ontwikkeld worden. Belangrijk omdat het
overgrote deel van de woningen bereikbaar moet blijven voor
de doelgroep. Aan de Hasebroekstraat zijn de kavels slechts
tien meter diep: de woningen hebben hier een zijtuin in plaats
van een achtertuin.
De zuidelijke bouwblokken zijn verbreed tot de oorspronkelijke
maat uit het plan van Berlage. Twee bestaande blokken van
dertig meter worden ingewisseld voor een breed blok, bredere
straten met voortuinen, en een parkstrook. Met deze voorstellen
kunnen alle langsstraten een behoorlijk profiel krijgen waarbij
er ruimte is voor groen in de vorm van bomen en voortuinen.
(ga met de muis over de straten in de tekening
hieronder om plattegronden van de huizen te zien) |
|
| |
 |
Zoals in het bestaande Spoorwijk worden
de langsstraten beëindigd door iets versmalde toegangen.
De koppen zijn dus een fractie breder dan de blokdiepte. Hiermee
wordt opnieuw een meer intieme straatruimte gecreëerd.
Eén verbijzondering: in de Hasebroekstraat staan de woningen
in de rooilijn van de kopblokken. De straatruimte is afwijkend;
hier is geen sprake van doorgaande straatwanden maar
van losse woningparen. Deze typologie doet recht aan het stedenbouwkundige
belang van de
Hasebroekstraat, de groene ruimte tussen de woningen in verleent
het straatprofiel meer grandeur. |
|
 |
| Architectuur: woningontwerp In het gehele
plan wordt een grote differentiatie aan woonkwaliteiten
nagestreeft. Steeds wordt per situatie een specifieke
oplossing gezocht; omdat elke straat weer andere condities
kent. Daarnaast willen we in bepaalde straten een grotere
keuze bieden aan toekomstige bewoners; daarom worden
er verschillende woningtypen naast elkaar gebouwd.
Bij de tuinstedelijke ambitie is een zorgvuldige aansluiting
van privé op openbaar gebied van bijzonder belang.
Dan gaat het over de feitelijke detaillering aan de
straat én over de organisatie binnen de woningen.
De achterliggende gedachte is dat het wonen betrokken
moet zijn op de straten in de buurt. Deze betrokkenheid
zou moeten leiden tot een minder anonieme buurt en een
veiligere woonomgeving. Met lage gemetselde tuinmuurtjes
en eenvoudig hekwerk wordt de straat begrensd. De tuin
zelf wordt deels verhoogd zodat een groene inrichting
voor de hand ligt. |
|
 |
|
| Juist ook de woongebouwen, die over het algemeen anoniemer
in de stad staan, worden vanuit diezelfde gedachte ontworpen.
De woningen op de begane grond worden niet via portiek
of galerij ontsloten, maar hebben een voordeur aan de
straat. Aan de meer belangrijke dwarsstraten passen geen
voortuinen. Hier wordt de afstand van woning naar straat
gevormd door diepe negges en een iets uitstekend hekwerk
voor de lage ramen. Op de verdiepingen geven ondiepe open
franse balkons gelegenheid om even aan de straat te staan. |
|
 |
|
 |
Architectuur: gevels
Bij de architectuur, de verschijningsvorm van de woningbouw,
is gezocht naar een samenspel van parcelering en compositie.
Een balans tussen herkenbaarheid (van één
woning) en repetitie tot een straatwand.
In het gevelvlak wordt een 'fijne' plastiek van uitspringend
en inspringend metselwerk (vier cm.) voorgesteld. In
de basis, de begane grondlaag, wordt elke woning gemarkeerd
met een inspringende penant. Daarboven speelt een sneller
continu ritme van drie uitspringende penanten per woning.
Dit ritme bindt de gehele straatwand. Aan dit dominante
ritme van penanten spelen de raamopeningen een vrij
spel; steeds gebonden aan de penanten. |
|
|
| Parallel ontstonden, vanuit de
ontwikkeling van specifieke woningplattegronden, nieuwe
doorsneden die tot een verrassende 'grove' plastiek in
de straatwanden leidde. Door een combinatie van verschillende
woningtypen zijn terrassen, op de eerste en tweede verdieping
(afhankelijk van de oriëntatie) aan de straat gelegen.
Deze terrassen doorbreken de lange wanden en ze verlevendigen
daarmee de straatruimte. |
|
|
| In de oost- en westgevels, aan hoofdassen van Spoorwijk,
blijkt de laatste penant de zijkant van een schijf te
zijn. De gevels hebben dus, afhankelijk van hun richting,
een andere uitstraling. In de langsstraten is het ritme
van de penanten dominant. In de dwarsstraten zijn de gevels
vlak en wordt de plastiek bepaald door diepe negges op
de begane grond en uitstekende scherpe kaders op de verdiepingen.
De meer informele buitenruimten van de appartementen zijn
in de formele voorgevels gekadreerd door middel van stalen
kasten. Samen met de forse dakoverstekken ontstaat een
beeld van een vriendelijke en zorgvuldige architectuur. |
|
 |
|
| |