Een paar zaken liggen vast omwille
van de bouwsystematiek. Dat zijn drie bouwlagen, meterkast,
sanitair (de plaats daarvan) en de trap. De rest is vrij:
een opdrachtgever kan zelf de woninggrootte en zijn plattegronden
bepalen. Door uit te gaan van drie bouwlagen en die hoogte
gelijk als plafond voor de buurt te benoemen is de regie aan
de voorzijde eenvoudig te voeren. Uitbreiding, nu en later,
is voorzien aan de tuinzijde van de woningen. In de bouwsystematiek
en detaillering is rekening gehouden met verbouwmogelijkheden
en hergebruik van bouwmateriaal.
Dat is ook te zien: de tuingevels zijn
met hout bekleed, meanderend, kleurrijk en eenvoudig veranderbaar.
De voorgevel is formeler: metselwerk in een vastgestelde rooilijn.
Zoals in Hollandse binnensteden en 19e eeuwse woonwijken,
waar woningen onderling verschillen en toch hechte straatwanden
opleveren, passen de voorgevels in een samenhangend stramien.
Er is een afgestemd palet van stenen waaruit gekozen kan worden,
verschillende dakranden zijn mogelijk, en bovenal kan de gevel
zelf ontworpen worden vanuit een beperkt aantal raamtypen.
De raam- en positiehoogte zijn wel bepaald, waarmee de architectonische
'orde' vastligt. Vrijheid in het (gevel-) vlak, regie in de
derde dimensie. |